- Home
- Onderwerpen
- Wet- en regelgeving
- Wet Onafhankelijke Risicobeoordeling
Wet Onafhankelijke Risicobeoordeling
Onafhankelijkheid en transparantie zijn wettelijk geregeld in de Wet onafhankelijke risicobeoordeling Voedsel en Waren Autoriteit die in 2006 door het parlement is aangenomen. Het bureau wordt daarin gepositioneerd als de beoordelingseenheid binnen de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en voorzien van een aantal garanties voor deze onafhankelijkheid en transparantie.
Op basis van de wet is het Bureau Risicobeoordeling van de VWA verantwoordelijk voor het gevraagd en ongevraagd uitbrengen van adviezen aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Adviezen kunnen worden gevraagd door de departementen van LNV en VWS, door toezicht en handhaving van de VWA, of door de Europese voedselautoriteit EFSA en de zusterautoriteiten in andere lidstaten.
Ongevraagde adviezen worden uitgebracht op eigen initiatief, soms ook naar aanleiding van signalen uit de maatschappij. Het bureau doet dit onafhankelijk, dat wil zeggen zonder ongeoorloofde beïnvloeding vanuit politieke of andere belangen. De wet regelt tevens maximale transparantie: de adviezen worden doorgaans onmiddellijk, maar in ieder geval uiterlijk binnen vier weken openbaar gemaakt. Op deze wijze is met behoud van de integraliteit binnen de VWA de vereiste functionele scheiding aangebracht tussen risicobeoordeling en risicomanagement.
Vraag en antwoord
- Mag een producent het identificatiemerk van de afnemer op een verpakking aanbrengen?
-
Op grond artikel 5 lid 2 van de Verordening 853 mag een producent alleen een identificatiemerk aanbrengen indien het product in overeenstemming met de Verordening is geproduceerd in een inrichting die voldoet aan de voorschriften van artikel 4 van de Verordening 853/2004. Hiermee wordt het merk met het eigen erkenningnummer bedoeld. Immers het merk van het andere bedrijf dekt de lading niet en mag derhalve niet geplaatst worden. Sectie I van Bijlage II van de Verordening 853 voorziet niet in de mogelijkheid dat een levensmiddelenbedrijf een identificatiemerk van een ander levensmiddelenbedrijf op de verpakking aanbrengt. Als bedrijven identificatiemerken van andere bedrijven gebruiken dan gaan meerdere identificatiemerken circuleren op bedrijven, hetgeen in strijd is met een goed systeem van traceerbaarheid. De beschreven werkwijze van het bedrijf is in strijd met de letter en de geest van de Verordening 853/2004.
- Onder welke condities dient het broeien van magen plaats te vinden?
-
Magen gelden primair als eetbare delen van (slacht)dieren en is in deze hoedanigheid gedefinieerd en gelijkgesteld aan vlees (Bijlage 1, punt 1.1 van Verordening 853/2004). Dit vlees dient te worden schoongemaakt in een aparte ruimte van de slachterij. Hiervoor geldt thans de pensenruimte (Bijlage III, sectie I Hoofdstuk II, lid 2 onder b van Verordening 853/2004). In plaats van het schoonmaken mogen de betrokken magen op dezelfde plaats ook worden gebroeid. Hiervoor is niet nogmaals een aparte ruimte vereist. Zie Hoofdstuk IV Hygiëne bij het slachten onder punt 18a van de Verordening 853/2004. Indien deze magen als verwerkt product opnieuw een verwerking ondergaan, dient dit te geschieden in een aparte ruimte.
- Moeten een consumentenverpakkingen altijd voorzien zijn van het identificatiemerk van de producent?
-
Voor producten van dierlijke oorsprong die in vervoerscontainers of grote verpakkingen zijn geplaatst en bestemd zijn voor verdere hantering, verwerking, onmiddellijke verpakking of verpakking in een andere inrichting, mag het merk van de producent worden aangebracht op de buitenkant van de container of de verpakking (bijvoorbeeld stapel kratten omwikkeld met krimpfolie). Verordening (EG) 853/2004 Bijlage II sectie I, C onder 11.
Als de verpakking en of onmiddellijke verpakking van een product wordt verwijderd of als het product verder wordt verwerkt in een andere inrichting, moet echter een nieuw identificatiemerk op het product worden aangebracht van de inrichting waar de bewerking plaatsvindt. Onder verdere hantering wordt ook etiketteren verstaan. Verordening (EG) 852/2004, art. 2 lid 1 onder j en k.
Deze werkwijze stelt wel eisen aan de traceerbaarheid van de producten in het bedrijf waar het identificatiemerk wordt aangebracht.
