- Home
- Onderwerpen
- Werkwijze dier
- Zelfcontrolesystemen diervoeders en levensmiddelen
- Wat is er geregeld?
Zelfcontrolesystemen diervoeders en levensmiddelen
Wat is er geregeld?
De Verordening (EG) nr. 882/2004, de Controleverordening, stelt in artikel 4 dat de bevoegde autoriteit, in Nederland is dat voor diervoeders en levensmiddelen de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), verantwoordelijk is
voor de in de verordening vastgestelde taken en de officiële controles. De VWA zorgt ervoor dat de doeltreffendheid en relevantie van de officiële controles in alle stadia van de keten gegarandeerd is.
De officiële controles dienen plaats te vinden op basis van een risicobeoordeling, rekening houdend met:
- de vastgestelde risico’s;
- de antecedenten van het bedrijf wat betreft de naleving van wetgeving;
- de betrouwbaarheid van de eigen controles die zijn uitgevoerd door het bedrijf;
- alle informatie die zou kunnen wijzen op niet-naleving (artikel 3).
De Controleverordening kent, als het gaat om het uitoefenen van toezicht en controle de volgende opties:
- Het toezicht zal door de overheid (de bevoegde autoriteit) moeten worden uitgevoerd.
- Bepaalde controletaken kunnen worden gedelegeerd aan een controleorgaan.
- Verder is het nog mogelijk om bij het toezicht rekening te houden met zelfcontrolesystemen, bijvoorbeeld door de frequentie of de interventies aan te passen.
