- Home
- Onderwerpen
- Werkwijze dier
- Erkenningen, vergunningen, registraties
- Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
- Is er bij boerderijverkoop een erkenning nodig bij verkoop op het primaire productiebedrijf?
- Kan op een pand meerder erkenningsnummers worden afgegeven?
- Is een erkenning nodig als een veehouderijbedrijf karkassen van eigen dieren, die bij een erkend bedrijf zijn geslacht, zelf uitsnijdt of uitbeent, verpakt en verkoopt?
- Is een erkenning nodig voor een bedrijf dat vlees aanlevert voor boerderijverkoop?
- Moet een veehouderij die als boerderijverkoop vlees verkoopt, zich als vleesverkooppunt registreren?
- Heeft een bedrijf een erkenning nodig voor de opslag van gesmolten vet voor humane consumptie?
- Hoe gaat de NVWA om met een scheiding in de hygiëneverordening in lokaal of tijd tussen diverse bewerkingen?
- Moet een bedrijf dat vleesproducten levert aan de horeca hiervoor ook erkend zijn?
- Wanneer heeft een koel- en vrieshuis wel en niet een erkenning nodig?
- Is voor het reinigings- en ontsmettingsproces in een pluimveeslachterij een apart lokaal noodzakelijk?
- Is het dragen van een hoofddeksel en witte bedrijfskleding verplicht in een slagerij of poeliersbedrijf?
- Verleent de NVWA een erkenning als het bedrijf deze voor de activiteiten niet nodig heeft?
- Hoe te handelen bij een bedrijf met een combinatie van activiteiten (erkenning en registratie)?
- Is een NVWA-controleur bevoegd bedrijfsruimten van een levensmiddelenbedrijf waar géén levensmiddelen aanwezig zijn te inspecteren op naleving van de wettelijke bepalingen?
- Moeten vrieshuizen die vlees herverpakken/ompakken ook erkend worden ?
- Heeft een zelfslachtende slager voor het uitsnijden van vlees een erkenning nodig?
- Heeft een erkende zelfslachtende slager, die in de ruimte waar hij slacht ook vleesproducten maakt die bij een andere detailhandellaar in de directe omgeving worden afzet, een erkenning nodig?
- Wat zijn de gevolgen van het gebruik van één erkenning door twee bedrijven ?
- Valt een vleesverwerkend bedrijf dat uitsluitend vlees, vleesproducten of vleesbereidingen levert aan de horeca, onder de definitie van detailhandel?
- Hoe wordt het begrip ‘Marginaal, plaatselijk en beperkt’ geïnterpreteerd door de NVWA?
- Heeft een marktpoelier die thuis in zijn werkruimte wat producten kruidt hiervoor een erkenning nodig ?
- In onze school worden in het kader van de opleiding levensmiddelen gebruikt voor het bereiden van voeding. Moet de school een registratie aanvragen?
- Op de site van de NVWA staat aangegeven dat woonunits in de zorg niet hoeven te worden geregistreerd en zorginstellingen wel. Wanneer wordt door jullie gesproken over een woonunit en wanneer over een zorginstelling?
- Moet een (school) kantine die broodjes, soep en snacks maakt en verkoopt zich ook registreren?
- Dien ik als producent van worsten- en saucijzenbroodjes een erkenning te hebben?
- In de folder staat dat er geen registratieverplichting is bij leveren van kleine hoeveelheden, waar ligt de grens?
- Ik verander van bedrijfsactiviteit (uitbreiding), dien ik mij nu nogmaals te registreren?
- Krijgen ondernemers een registratienummer?
- Wat kost een registratie?
- Ik distribueer niet gekoelde voedingssupplementen. Moet ik me hiervoor registreren?
- Moeten zorginstellingen of horecabedrijven die vetten leveren aan een vetophaler zich laten registreren als diervoederbedrijf?
- Is er bij boerderijverkoop een erkenning nodig bij verkoop op het primaire productiebedrijf?
- Kan op een pand meerder erkenningsnummers worden afgegeven?
- Is een erkenning nodig als een veehouderijbedrijf karkassen van eigen dieren, die bij een erkend bedrijf zijn geslacht, zelf uitsnijdt of uitbeent, verpakt en verkoopt?
- Is een erkenning nodig voor een bedrijf dat vlees aanlevert voor boerderijverkoop?
- Moet een veehouderij die als boerderijverkoop vlees verkoopt, zich als vleesverkooppunt registreren?
- Heeft een bedrijf een erkenning nodig voor de opslag van gesmolten vet voor humane consumptie?
- Hoe gaat de NVWA om met een scheiding in de hygiëneverordening in lokaal of tijd tussen diverse bewerkingen?
- Moet een bedrijf dat vleesproducten levert aan de horeca hiervoor ook erkend zijn?
- Wanneer heeft een koel- en vrieshuis wel en niet een erkenning nodig?
- Stand– alone koel- en vrieshuizen waar vlees-, vis-, melk- of eiproducten worden opgeslagen maar die geen onderdeel zijn van activiteiten waarvoor bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 voorschriften bevat.Koel- en vrieshuizen die onderdeel, en op het zelfde terrein gevestigd zijn, van activiteiten waarvoor bijlage III van de Verordening 853/2004 voorschriften bevat bijvoorbeeld slachthuizen, uitsnijderijen, vleesproductenbedrijven, etc. vallen onder de erkenning van de betreffende activiteit. Een zelfstandige koel- en vrieshuiserkennning wordt dan niet noodzakelijk geacht tenzij er ook vlees van derden wordt opgeslagen.
- Koel- en vrieshuizen van detailhandelszaken. Koel- en vrieshuizen die worden gebruikt voor groothandelsactiviteiten die fysiek tot opslag en transport beperkt blijven.
- Is voor het reinigings- en ontsmettingsproces in een pluimveeslachterij een apart lokaal noodzakelijk?
- Is het dragen van een hoofddeksel en witte bedrijfskleding verplicht in een slagerij of poeliersbedrijf?
- Verleent de NVWA een erkenning als het bedrijf deze voor de activiteiten niet nodig heeft?
- Het pand is volledig uitgerust (voldoet aan de basisvoorwaarden) maar produceert niet of niet meer. Indien de voorwaarden toetsbaar zijn en voldoen kan een voorwaardelijke erkenning worden verleend cq kan de erkenning behouden blijven.
- Het pand is leeg en niet uitgerust. Het bedrijf kan hierdoor niet worden getoetst aan de basisvoorwaarden. De eigenaar van de erkenning wordt verzocht de erkenning in te laten trekken via de internetsite van de NVWA.
- Het pand is in bedrijf en de exploitant vraagt om een erkenning voor andere activiteiten maar voert deze niet uit. Indien het bedrijf voldoet aan de basisvoorwaarden voor de betreffende activiteit en hier tevens aan blijft voldoen, kan via de internetsite van de NVWA een (voorlopige) erkenning worden aangevraagd.
- Een bedrijf dat tijdelijk geen gebruik maakt van een toegewezen erkenning kan deze alleen behouden indien het bedrijf blijft voldoen aan de basisvoorwaarden voor de erkenning.
- Hoe te handelen bij een bedrijf met een combinatie van activiteiten (erkenning en registratie)?
- Is een NVWA-controleur bevoegd bedrijfsruimten van een levensmiddelenbedrijf waar géén levensmiddelen aanwezig zijn te inspecteren op naleving van de wettelijke bepalingen?
- Moeten vrieshuizen die vlees herverpakken/ompakken ook erkend worden ?
- Heeft een zelfslachtende slager voor het uitsnijden van vlees een erkenning nodig?
- Heeft een erkende zelfslachtende slager, die in de ruimte waar hij slacht ook vleesproducten maakt die bij een andere detailhandellaar in de directe omgeving worden afzet, een erkenning nodig?
- Wat zijn de gevolgen van het gebruik van één erkenning door twee bedrijven ?
- Valt een vleesverwerkend bedrijf dat uitsluitend vlees, vleesproducten of vleesbereidingen levert aan de horeca, onder de definitie van detailhandel?
- Hoe wordt het begrip ‘Marginaal, plaatselijk en beperkt’ geïnterpreteerd door de NVWA?
- Heeft een marktpoelier die thuis in zijn werkruimte wat producten kruidt hiervoor een erkenning nodig ?
- In onze school worden in het kader van de opleiding levensmiddelen gebruikt voor het bereiden van voeding. Moet de school een registratie aanvragen?
- Op de site van de NVWA staat aangegeven dat woonunits in de zorg niet hoeven te worden geregistreerd en zorginstellingen wel. Wanneer wordt door jullie gesproken over een woonunit en wanneer over een zorginstelling?
- Moet een (school) kantine die broodjes, soep en snacks maakt en verkoopt zich ook registreren?
- Dien ik als producent van worsten- en saucijzenbroodjes een erkenning te hebben?
- In de folder staat dat er geen registratieverplichting is bij leveren van kleine hoeveelheden, waar ligt de grens?
- Ik verander van bedrijfsactiviteit (uitbreiding), dien ik mij nu nogmaals te registreren?
- Krijgen ondernemers een registratienummer?
- Wat kost een registratie?
- Ik distribueer niet gekoelde voedingssupplementen. Moet ik me hiervoor registreren?
- Moeten zorginstellingen of horecabedrijven die vetten leveren aan een vetophaler zich laten registreren als diervoederbedrijf?
Een uitsnijderij die op verzoek van een primair productiebedrijf een bij een slager geslacht dier uitbeent, in porties verpakt en op het primaire productiebedrijf aan particulieren verkocpt (boerderijverkoop) heeft een uitsnijderij erkenning nodig als runderen ouder dan 30 maanden worden uitgesneden waarvan de wervelkolom verwijderd moet worden (TSE beschikking 999/2001). Gaat het om andere soorten vlees dan rundvlees, dan is registratie in deze situatie voldoende.
Een EG- erkenningsnummer berust op een inrichting
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 15 juli 2009 [1] bevestigd, dat het niet mogelijk is meerdere EG- erkenningsnummers te verstrekken aan één inrichting. De uitspraak had betrekking op een levensmiddelenbedrijf. Het CBb overwoog dat als in de inrichting van het bedrijf verschillende erkenningsplichtige activiteiten plaatsvinden, de activiteiten afzonderlijk worden erkend overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004[2]. De erkenningen van de verschillende activiteiten vallen onder hetzelfde EG-erkenningnummer. De erkenningsplichtige activiteiten kunnen wél een aanvullingsnummer krijgen op het EG-erkenningnummer. Dit is in het verleden gebeurd bij groothandelsmarkten.
Hoewel de uitspraak zich richt op levensmiddelenbedrijven, creëert het CBb duidelijkheid over het verstrekken van slechts één EG-erkenningnummer op een inrichting van een diervoederbedrijf en dierlijke bijproductenbedrijf.
Een inrichting is het pand van een bedrijf
Een EG-erkenningnummer berust op een inrichting. De verordeningen hanteren verschillende omschrijvingen van het begrip inrichting. Desalniettemin komt de uitleg overeen; een inrichting kan bestaan uit meerdere eenheden of lokalen die tezamen het pand vormen van een levensmiddelenbedrijf, diervoerderbedrijf of dierlijke bijproductenbedrijf. De algemene hygiënevoorschriften en de bouwtechnische eisen van een inrichting bevestigen dat een inrichting het pand is van het bedrijf. In de bijlage wordt dit per type bedrijf uitgelegd.
Hoe te handelen bij een bedrijf met een combinatie van activiteiten (erkenning en registratie)?
Bij bedrijven die zowel werkzaamheden uitvoeren die onder een erkenning vallen als werkzaamheden die niet onder een erkenning vallen (registratieverplichting)
Als tijdens een combi-inspectie een niet-naleving van wet- en regelgeving wordt geconstateerd, neemt de inspecteur maatregelen volgens het op dat inspectieonderdeel toepasselijke interventiebeleid. Dit betekent dat een overtreding gevolgen kan hebben voor de erkende of geregistreerde activiteit. In het bovenstaande voorbeeld betekent dit dat indien er in het winkelgedeelte van de slachterij overtredingen worden aangetroffen dit gevolgen kan hebben voor (het afgeven) van het EG-erkenningnummer op het pand.
Een EG-erkenningnummer is een soort van herkenningsteken (melding) voor panden die gerechtigd zijn om een bepaalde activiteit uit te voeren. Zijn ze dat niet meer, dan verdwijnt het nummer van de lijst van bedrijven die gerechtigd zijn tot het uitvoeren van die activiteit. Door het uitvoeren van combi-inspecties veranderen de handhavingsmogelijkheden niet. Het interventiebeleid vormt het uitgangspunt.
[1] Uitspraak van het College van Beroep van bedrijfsleven van 15 juli 2009, AWB 08/191, 7902.
[2] Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
Nee, voor het uitsnijden, verpakken en verkopen van vlees is het voldoende dat het bedrijf geregistreerd is (via de NVWA website). Het aanpassen van de registratie (uitbreiden met uitsnijden van en boerderijverkoop van vlees) is daarom voldoende (via de NVWA website). Uitzondering hierop is de verwerking van karkassen van runderen ouder dan 30 maanden. Van deze dieren moet de wervelkolom verwijderd worden (TSE beschikking 999/2001); dit mag alleen in een erkend bedrijf gebeuren.
Een bedrijf dat karkassen uitbeent, in porties verpakt en het vlees aflevert om op het primaire productiebedrijf aan particulieren verkocht te worden (boerderijverkoop) heeft geen uitsnijderij-erkenning nodig; registratie is voldoende. Uitzondering hierop is als het karkassen van runderen ouder dan 30 maanden betreft. Van deze dieren moet de wervelkolom verwijderd worden (TSE beschikking 999/2001); dit mag alleen in een erkend bedrijf gebeuren.
Ja, het bedrijf heeft weliswaar een registratie, maar die geldt niet voor de boerderijverkoop. Voor de boerderijverkoop van vlees moet het bedrijf zijn registratie laten aanpassen, is een aparte registratie nodig. Deze registratie kan door het in te vullen via de NVWA website.
Voor de opslag van gesmolten vet is geen erkenning nodig, maar is registratie verplicht. Voor de productie van gesmolten vet heeft het bedrijf wel een erkenning nodig.
In de hygiëneverordening is een scheiding in lokaal of tijd tussen de volgende slachthandelingen voorgeschreven: bedwelmen en verbloeden; bij varkens: broeien, ontharen, afschrapen en schroeien; verwijderen van de ingewanden en verdere behandeling. In de praktijk is bij bestaande zelfslachtende slagers soms nauwelijks een scheiding te realiseren tussen de bewerkingen. Het kunnen waarborgen van de hygiëne is doorslaggevend.
Als dit bedrijf onder de definitie valt van detailhandel, dan kan dit zonder erkenning en is registratie dus voldoende. Zie hiervoor ook de beslisboom die is opgenomen op de internetsite van de NVWA.
Erkend moeten worden:
Niet erkend hoeven worden:
De temperatuursvoorschriften gelden onverkort en zijn niet afhankelijk van een erkenning.
In de Engelse versie van de verordening 853/2004 wordt er voor de R&O geen apart lokaal voorgeschreven maar een ‘’separate place’’ (afgescheiden plaats). Het R&O proces kan dus ook in een afgescheiden plaats plaatsvinden, waaronder de aanvoerhal mits dit proces ruimtelijk is afgescheiden en niet van invloed is op andere processen. Het aanbrengen van een muur of schot in de hal tussen de aanvoer en het lossen en ophangen van de kuikens zal geen positieve bijdrage leveren aan de processen en wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Van belang is dat het R&O proces en het lossen en ophangen van de kuikens in ruimte gescheiden is waardoor voorkomen wordt dat de beide processen de kuikens en de al gereinigde en ontsmette transportmiddelen over en weer verontreinigen. Indien tijdens controles geconstateerd wordt dat pluimvee bij het lossen en ophangen besmet wordt met opspattend water afkomstig van het R&O proces of schone kratten besmet worden met vuil afkomstig van de aanvoer van pluimvee dan wordt daarmee aangetoond dat de scheiding tussen beide processen onvoldoende is. Hiertegen kan op basis van het bovengenoemde Verordening worden opgetreden.
In Verordening 852 staat in Bijlage II in Hoofdstuk VIII onder het kopje ‘Persoonlijke hygiëne’:
‘Een ieder die werkzaam is in een ruimte waar producten worden gehanteerd, neemt een zeer goede persoonlijke hygiëne in acht en draagt passende, schone, en voor zover dat nodig is, beschermende kleding’.
In de hygiënecode voor het slagersbedrijf staat: ‘bedrijfskleding (inclusief hoofddeksel, haarnetje en schoeisel) moet doelmatig, passend en schoon zijn. Beschermende kleding is kleding die door zijn lichte kleur waarschuwt dat zich vleesresten of vlekken op de kleren bevinden. Op deze wijze wordt het vlees tegen besmetting beschermd.
Voor slagerijen met een eigen voedselveiligheidsplan is de norm open. De eis uit de hygiënecode kan helpen deze norm in te vullen. Echter, een slachterij die gebruik maakt van donkere kleding maar deze kleding bijvoorbeeld 3 x per dag wisselt, kan op deze manier ook invulling geven aan de norm. De NVWA- controleur zal op basis van bedrijfsspecifieke feiten en omstandigheden moeten bepalen of de open norm voldoende wordt ingevuld of niet.
Als een bedrijf voldoet aan de basisvoorwaarden kan via de internetsite van de NVWA een erkenning worden aangevraagd. Indien een erkend bedrijf vervolgens, gezien de werkzaamheden, een erkenning niet meer nodig zou hebben maar de erkenning niet wenst in te leveren wordt de erkenning tenminste jaarlijks getoetst. Enkele voorbeelden uit de praktijk:
Bij bedrijven die zowel werkzaamheden uitvoeren die onder een erkenning vallen als werkzaamheden die niet onder een erkenning vallen (registratieverplichting) en waarbij er een gezamenlijk gebruik is van ruimten (kleedruimten, toiletten, gangen, verpakkingsruimte etc) Bij deze bedrijven wordt als volgt gehandeld. Er zijn twee controleregimes van toepassing. Wat onder de erkenning valt wordt volgens het regime voor erkende bedrijven gecontroleerd (Ver. 853/2004) en wat onder de registratie valt wordt volgens het regime voor geregistreerde bedrijven gecontroleerd (Ver. 852/2004).
NVWA- inspecteurs zijn bevoegd alle ruimten – met uitzondering van privé-ruimten – te inspecteren. Feiten en omstandigheden kunnen NVWA- inspecteurs aanleiding geven om ook in ruimten waar géén levensmiddelen staan op te treden. Als een feitelijk verband aanwezig is tussen de feiten en omstandigheden in een ruimte zonder levensmiddelen én de feiten en omstandigheden in een bedrijfsruimte voor levensmiddelen, dan ontstaat een wettelijke grondslag voor handhaving.
Een onhygiënisch toilet an sich is geen overtreding. Echter, een onhygiënisch toilet (bijvoorbeeld drab op de vloer) waar het onomstotelijk vaststaat dat de gevolgen van de feiten in dit toilet invloed hebben op de bedrijfsruimte voor levensmiddelen (bijvoorbeeld de bedrijfsruimte wordt vies door de drab), dan is de connexiteit tussen de twee ruimten aangetoond. Het gevolg is dat een wettelijke grondslag ontstaat om op te treden.
In casu zou de overtreding zijn dat door de drab op de vloer een medewerker vies schoeisel krijgt en hierdoor niet voldoet aan Hoofdstuk VII van Bijlage II van Verordening (EG) nr. 854/2004, persoonlijke hygiëne.
Betreden van plaatsen
Op grond van artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is een toezichthouder bevoegd elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner. Onder de te betreden plaatsen vallen naast bedrijfsruimten ook overige ruimten in bedrijfspanden. Het is echter alleen toegestaan plaatsen te betreden waarbij dat voor de uitoefening van toezicht redelijkerwijs noodzakelijk is (artikel 5:13 van de Awb).
Ja, in het document ‘technical specifications SANCO /2179/2005’, Annex II zijn onder sectie 0 de volgende categorieen opgenomen die moeten worden erkend; distributiecentra, herverpakkingscentra en de koel- en vrieshuizen.
Naast de erkenning voor koel- vrieshuis moet er een erkenning voor herverpakkingsinrichting worden aangevraagd. Omdat hiervoor geen specifieke eisen zijn opgesteld hoeft hiervoor alleen voldaan te worden aan de algemene eisen. Zie hiervoor de inspectielijst Erkenningverlening basiseisen.
Een slager die vlees uitsnijdt en via de eigen toonbank verkoopt heeft hiervoor een erkenning nodig indien het runderkarkassen betreft van runderen die ouder zijn dan 30 maanden aangezien de wervelkolom dan beschouwd wordt als SRM materiaal (TSE beschikking 999/2001). Indien er uitsluitend schapen worden uitgesneden dan is hiervoor geen erkenning nodig omdat het ruggenmerg bij schapen al in de slachtfase moet zijn verwijderd.
Hiervoor is geen erkenning nodig wanneer deze verkoop aan de detailhandelaar marginaal, beperkt en plaatselijk is. Het slachtproces en de productie van vleesproducten moeten wel gescheiden in tijd worden uitgevoerd.
A. Erkenningverlening en -onderhoud
De bedrijven hebben één erkenning en deze staat op naam van bedrijf A (= erkenning houder). Alle erkende inrichten van beide bedrijven worden voor erkenningonderhoud beoordeeld. Indien één van beide bedrijven niet aan de hygiëne eisen voldoet kan dit leiden tot het opstarten van een intrekkingsprocedure. Als de erkenning daadwerkelijk wordt ingetrokken, komt de erkenning van beide bedrijven te vervallen en kunnen zowel bedrijf A als B niet meer produceren. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de erkenningseisen ligt bij beide bedrijven door het gezamenlijk gebruik van de inrichtingen en de erkenning.
B. Systeemtoezicht
Beide bedrijven produceren voor eigen rekening levensmiddelen en moeten op basis van artikel 5 van de Verordening 852 / 2004 voldoen aan de HACCP- verplichting. Deze eis is opgelegd aan de exploitant en niet aan de erkenninghouder. Beide bedrijven moeten hierdoor afzonderlijk aan deze verplichting voldoen en dus een eigen HACCP- plan hebben dat werkt. Als beide bedrijven niet voldoen aan deze verplichting, dan worden beide bedrijven hiervoor afzonderlijk juridisch verantwoordelijk gesteld. In deze situatie zal bedrijf A in eerste instantie niet opdraaien voor een niet goed werkend HACCP systeem van bedrijf B en ook niet omgekeerd. Dus het HACCP plan wordt onafhankelijk van elkaar beoordeeld.
Een goed HACCP- plan is echter onderdeel van de eisen van de erkenning. Mocht bedrijf B herhaaldelijk aantoonbaar niet voldoen aan alle eisen die bij een erkenning horen (dus bijvoorbeeld de HACCP-verplichting), dan wordt in uiterste instantie de intrekkingsprocedure van de erkenning gestart. Bedrijf A wordt dan "slachtoffer" van een niet goed functioneren van bedrijf B. Ook hiervoor geldt dat de bedrijven er zelf voor gekozen hebben onder één erkenningsnummer te werken, en dat elke intrekkingsprocedure maatwerk is.
Bijvoorbeeld een bedrijf dat uitsluitend shoarmarollen en shoarmareepjes aan horecabedrijven levert. Volgens de leidraad voor de toepassing van de verordening 853/2004 is deze verordening wel van toepassing op groothandelsactiviteiten, tenzij de activiteiten alleen bestaan in opslag en transport en er dus geen sprake is van productie. Ook is een erkenning niet noodzakelijk indien de leveringen een marginale, lokale en beperkte activiteit is.
In overweging 13 van de verordening 853/2004 wordt dit begrip verder verduidelijkt.
De levering mag slechts een klein deel uitmaken van de activiteiten van de handelszaak, de bedrijven die de levering ontvangen, moeten in de onmiddellijke nabijheid gelegen zijn, en de levering mag slechts bepaalde soorten producten of bedrijven betreffen.
Marginaal = kleine hoeveelheid ten opzichte van de totale omzet.
Plaatselijk = binnen Nederland en net over de grens.
Beperkt = enkele producten uit het totale assortiment en/of enkele afnemers
Aan alle drie de criteria moet tegelijk worden voldaan. In principe bepaalt het bedrijf zelf of ze in het kader van de erkenningverlening willen vallen onder de criteria voor marginaal, plaatselijk en beperkt en het is aan de NVWA om dit te toetsen. Als er via bedrijfs- of brancheverenigingen feiten worden gepresenteerd die leiden tot marktverstoringen, dan wordt afhankelijk van de omvang van de problematiek een individueel onderzoek ingesteld naar het bedrijf dat ten onrechte geen erkenning heeft. Het onderzoek richt zich dan op de bovengenoemde drie criteria.
Dit is een detailhandelaar die rechtstreeks levert aan de eindverbruiker. Registratie is derhalve voldoende en er is dus geen erkenning nodig.
De school hoeft zich niet te registreren voor levensmiddelen die gebruikt worden in het kader van een lesprogramma, wel voor eventueel bereide producten die in de kantine of het restaurant worden verkocht.
Voor NVWA is het belangrijk om bij eventuele calamiteiten snel te kunnen bepalen waar levensmiddelen zich kunnen bevinden. Als woonunits duidelijk zijn terug te brengen tot één locatie en één aanvoerstroom van levensmiddelen hoeven ze niet afzonderlijk te worden geregistreerd.
Alle scholen worden geregistreerd via de gegevens van de Centrale Financiën Instellingen van het ministerie van OCW.
Voor erkenningen geldt dat geen erkenning meer nodig is indien men verwerkt vlees gebruikt voor de bereiding van producten. Verwerkt men rauw vlees in (vlees)producten dan is een erkenning noodzakelijk, behalve wanneer de producten lokaal en in eigen beheer aan de consument worden geleverd. Registratie blijft bij gebruik van verwerkt vlees wel een vereiste.
Verkoop aan de directe omgeving (vrienden, kennissen) behoeft geen registratie. Als men de producten actief promoot naar de buitenwereld (folder, poster, internet etc.), dan dient men zich te registreren.
Indien u zelf bij de NVWA heeft geregistreerd kunt u met uw inlognaam en wachtwoord zelf uw gegevens wijzigen. Als u bent geregistreerd via een productschap of bedrijfschap of Dienst Regelingen dient u wijzigingen aan de betreffende organisatie door te geven.
Op dit moment koppelt de VWA geen nummer aan de registraties. Het is wel onze wens om in de toekomst registraties te voorzien van nummers. Daarmee kan ondernemers makkelijker inzage worden verleend in hun eigen gegevens.
De NVWA brengt administratiekosten in rekening. Deze vindt u in het Overzicht tarieven (pdf). De factuur wordt u achteraf toegestuurd. Voor bedrijven die ingeschreven staan bij de organisaties waar de VWA mee samenwerkt voor de registratie hygiënewetgeving is de registratie kosteloos. Zie centrale registratie in het dossier Erkenningen, registraties en vergunningen.
Voor personen die niet-bederfelijke eet- en drinkwaren doorverkopen, en rechtstreeks geliëerd zijn aan één verkooporganisatie, volstaat de NVWA met het registreren van het betreffende hoofdkantoor. In voorkomende gevallen kan het hoofdkantoor de NVWA voorzien van een lijst van distributeurs. De individuele distributeur hoeft zich dus niet te registreren
Horeca en zorginstellingen moeten zich laten registreren voor de levensmiddelen registratie. Zij mogen geen restproducten aan diervoederbedrijven leveren. Dit is geregeld in de Dierlijke bijproductenverordening. Zij hoeven zich dus niet te registreren voor de diervoeder hygiënewetgeving. Het leveren van vet aan de vetophaler, die dit bestemt anders dan voor diervoeder, is niet verboden. Horeca-ondernemingen en zorginstellingen zijn overigens collectief geregistreerd dankzij de medewerking van het Bedrijfschap Horeca en Catering, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, en de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties (VeNeCa).
