- Home
- Onderwerpen
- Werkwijze dier
- Dierwelzijn
- Transport levende dieren
Dierwelzijn
Transport levende dieren
De regels ten aanzien van diertransport zijn Europa-breed vastgesteld. De Transportverordening is met ingang van 5 januari 2007 van kracht geworden. De regels die van toepassing zijn variëren voor verschillende diersoorten en voor verschillende reisafstanden. De diersoorten waar de meeste regels voor gelden zijn runderen, schapen, geiten, varkens en (niet-geregistreerde) paarden.
Verplichtingen en regels
Er zijn administratieve verplichtingen en regels met betrekking tot bijvoorbeeld:
- de wijze waarop de dieren behandeld moeten worden;
- wanneer dieren niet geschikt zijn te vervoeren;
- hoe vervoermiddelen ingericht moeten zijn;
- welke reisschema’s gehanteerd moeten worden enzovoorts.
Vervoerdersvergunning
Voor het transport van levende dieren in het kader van een economische activiteit, hebben bijna alle vervoerders een vervoerdersvergunning nodig. Of een vervoerder een vervoerdersvergunning nodig heeft hangt af van het soort transport dat hij maximaal wil kunnen uitvoeren:
- De vervoerder voert nooit transporten uit die verder zijn dan 65 kilometer: er is geen vergunning nodig.
- De vervoerder voert alleen transporten uit die korter duren dan 8 uur (inclusief laden en lossen van de dieren): een vergunning type I (conform artikel 10 van de Transportverordening) is nodig.
- De vervoerder voert ook transporten uit die langer dan 8 uur duren: vergunning type II (conform artikel 11 van de Transportverordening).
Eén vergunning
Een vervoerder mag maar één vergunning hebben. Met een type II vergunning mogen ook transporten korter dan 8 uur worden uitgevoerd. Ook mag een vervoerder maar in één lidstaat van de EU een vergunning hebben.
Aanvraagformulier vergunning transportverordening
