Voedsel en Waren Autoriteit

Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Levensmiddelen (food)
  4. Vlees

Vlees

In dit dossier gaat het om vlees van runderen, schapen, geiten, pluimvee, varkens, paarden, konijnen, gekweekt wild en wild. Vlees kan besmet zijn met ziekteverwekkers of verontreinigd met chemische middelen. Tevens is het een product dat snel bederft. Mensen die bedorven, besmet of verontreinigd vlees eten kunnen ziek worden.

Nieuws

Aanvragen legalisatie uitsluitend bij Certificeren op afstand

VWA nieuws | 03 februari 2011Aanvragen voor legalisatie kan vanaf 14 februari 2011 uitsluitend nog bij het team Certificeren op afstand in Utrecht via (070) 378 68 30.

Vleestransporteur op de bon

Nieuwsbericht Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 24 september 2010Op donderdagavond 23 september trof de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) bij een wegcontrole op de A1 een vrachtwagen aan die vlees ...

Aanvragen export van vlees en vleesproducten vanaf 15 juni 2010 uitsluitend elektronisch

VWA nieuws | 10 juni 2010Vanaf 15 juni 2010 kunnen certificaten en geleidebiljetten voor de export van vlees en vleesproducten naar landen buiten de Europese Unie ...

Meer nieuws

Vraag en antwoord

Wie moeten de tonsillen bij runderen, en eenhoevigen verwijderen?

De exploitant van het slachthuis moet er voor zorgdragen dat de tonsillen na de keuring worden verwijderd. Verordening 853/2004  Bijlage III, Sectie I, Hfd. IV onder 16a.

Mogen koppen van rosékalveren gebroeid worden?

Nee, omdat volgens de Ver. 853/2004 alleen koppen van kalveren (=jonger 8 maanden) in aanmerking komen om gebroeid en onthaard te worden. Koppen van runderen ouder dan 8 maanden moeten dus tijdens de PM keuring ingesneden worden. 

In welke frequentie moet een exploitant van levensmiddelen monsternames uitvoeren?

Conform de Verordening Microbiologische Criteria (VMC) gelden er microbiologische criteria voor vlees, vleesproducten, gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees. In artikel 4 lid 2 van de VMC is aangegeven dat de exploitant is verplicht door regelmatige bemonstering en analyse vast te stellen of producten voldoen aan deze criteria. De bemonsteringsfrequentie kan worden afgestemd op de aard en de omvang van het levensmiddelenbedrijf, mits de veiligheid van de levensmiddelen hierdoor niet in gevaar komt. In artikel 4 lid 2 van de VMC staat tevens dat exploitanten van levensmiddelenbedrijven zelf de nodige bemonsteringsfrequenties vaststellen, tenzij in bijlage 1 van de VMC specifieke bemonsteringsfrequenties zijn aangegeven; in dat geval gelden de bemonsteringsfrequenties als minimum. De bedrijven zullen zelf aan moeten tonen dat de omvang van de monstername voldoende is om te kunnen concluderen dat de betreffende producten voldoen aan de wettelijke eisen.

Meer vragen en antwoorden

 

Naar boven

Ook belangrijk voor dit dossier

Naar de VWA branchepagina

Buiten de VWA