- Home
- Onderwerpen
- Dierziekten
- Scrapie (TSE)
- Preventieve maatregelen
Scrapie (TSE)
Preventieve maatregelen
Het voorkomen van een besmetting gebeurt door:
- nationaal fokprogramma dat ongevoeligheid voor scrapie bij schapen moet vergroten;
- verbod op voeren diermeel aan schapen en geiten;
- steekproeven (hersenmonsters) op slachthuis van schapen en geiten.
Fokprogramma
Nederland werkt met een speciaal fokprogramma om schapen resistent te maken voor TSE's. Schapen met een bepaalde genetische structuur (ARR/ARR) zijn volledig of zo goed als volledig resistent tegen scrapie. Geiten kunnen niet op ongevoeligheid worden gefokt. Verder worden rammen die resistent zijn tegen scrapie in het hele land gebruikt. Zo zullen langzaam maar zeker de TSE's uit alle schapen verdwijnen.
Diervoeders
In het veevoer van schapen en geiten mag geen vleesbeendermeel van zoogdieren (geen dierlijke eiwitten) zitten om de kans op TSE’s (scrapie) te verkleinen. Daarmee is een belangrijke infectieroute bij voorbaat afgesneden.
Maatregelen slachthuis
De VWA test bij de slacht schapen en geiten op scrapie. Dit gebeurt steekproefsgewijs. De VWA kijkt vooral naar hersenen en hersenmerg, ruggenmerg, ogen, amandelen en darmen. Dit zijn de risico-organen. Uit voorzorg wordt bij de slacht risicomateriaal, zoals de hersenen en het ruggenmerg, verwijderd en verbrand om ieder risico voor de volksgezondheid uit te sluiten.
Meer informatie is te vinden in het dossier Dierlijke bijproducten.
