- Home
- Onderwerpen
- Dierziekten
- Q-koorts
- Meldingsplicht
Q-koorts
Meldingsplicht
Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn veehouders, dierenartsen en andere betrokkenen verplicht om verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Eén van de kenmerken van Q-koorts op een schapen- of geitenbedrijf is een afwijkend abortusaantal. Wat afwijkend is, is voor elk bedrijf verschillend. Abortussen kunnen namelijk ook een andere oorzaak hebben dan een besmetting met de Q-koortsbacterie. Het ene bedrijf heeft er meer last van dan het andere. Wanneer het aantal abortussen hoger is dan normaal kan dit komen door Q-koorts. Omdat schapen en geiten het grootste risico vormen voor de verspreiding van de Q-koortsbacterie moeten houders en dierenartsen dit melden. Houders van ander vee dan schapen en geiten zijn uitgezonderd van de meldplicht van verschijnselen van Q-koorts.
Alle veehouders (dus ook hobbydierhouders, zorgboerderijen en bedrijven met minder dan 50 melkschapen of melkgeiten) zijn dus verplicht afwijkende abortusaantallen te melden.
Als er een afwijkend aantal abortussen gemeld wordt bij de VWA, gaat de NVWA onderzoek doen op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie (Coxiella burnetii).
Als het bedrijf meer dan 50 melkgeiten of melkschapen heeft, is het bedrijf ook verplicht iedere twee weken een tankmelkmonster te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.
