- Home
- Onderwerpen
- Bijproducten & voeder
- Dierlijke bijproducten
- Wat is het toepassingsgebied van de regelgeving?
Dierlijke bijproducten
Wat is het toepassingsgebied van de regelgeving?
Volgens verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen de volgende producten onder het toepassingsgebied: dode dieren of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, met inbegrip van oöcyten, embryo’s en sperma (definitie van dierlijke bijproducten).
De regels van de verordening zijn niet van toepassing op de volgende producten en situaties:
- rauw voeder voor gezelschapsdieren dat afkomstig is uit winkels, waar het voeder uitsluitend wordt gesneden en opgeslagen om ter plaatse rechtstreeks aan de consument te kunnen leveren;
- rauw voeder voor gezelschapsdieren dat afkomstig is van dieren die - in overeenstemming met de nationale wetgeving - op de eigen boerderij zijn geslacht voor privéconsumptie;
- rauwe melk, biest en afgeleide producten die op de eigen boerderij worden verkregen, bewaard, verwijderd of gebruikt;
- kadavers of delen van wilde dieren. Materiaal dat wordt gebruik voor de productie van jachttrofeeën valt wél onder deze verordening. Hetzelfde geldt voor commerciële doeleinden gevangen vis;
- schelpen van schelpdieren en schalen van schaaldieren waaruit de weke delen en het vlees is verwijderd;
- voor fokdoelen bestemde oöcyten, embryo’s en sperma.
Daarnaast is er een eindpunt voor specifieke producten opgenomen in de dierlijke bijproductenverordeningen. Dierlijke bijproducten die in de productiefase dit eindpunt hebben bereikt hoeven niet meer aan de dierlijke bijproducten verordeningen te voldoen.
Zie ook: ‘Eindpunt van productiefase’, in de linkerkolom.
