Konjac
Het additief Konjac wordt uit een plant, Amorphophallus konjac, gewonnen, die inheems voorkomt in de warme streken van Japan, China en Indonesië. Uit de wortelknollen wordt een meel gewonnen, die voornamelijk uit de polysaccharide glucomannaan bestaat. Hieruit kan een gel worden gemaakt met zeer visceuze eigenschappen en een lage energie-inhoud. Het kan dienen als vervangingsmiddel voor gelatine. Deze stof wordt onder andere gebruikt in gelachtig snoep, dat is verpakt in plastic cupjes. De cupjes hebben de grootte van een koffiemelkcupje.
Lees het hele document
-
Konjac
VWA Kennisblad | 25-02-2009 | Adobe Acrobat Document, 49 kB
Het gevaar is dat met name kleine kinderen zich gemakkelijk in deze snoepjes verslikken, waardoor de gel in de luchtpijp terechtkomt en verstikking en longontsteking kan veroorzaken. In de serie “Kennisbank Voedselveiligheid” beschrijft de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) de gevaren die worden veroorzaakt door diverse chemische en biologische agentia of die voortkomen uit het productieproces zelf (verhitten, bewaren enz.). In het kennisblad ”Konjac” wordt nader ingegaan op: het voorkomen, gevaren voor de gezondheid en wetgeving. Sleutelwoorden zijn: kinderen peuters grondstof gel genotsmiddelen snoep stikken infectie.
